Vezelrijk: 0,3 gram vezels in een portie

Illustratie: man draait in de supermarkt een kuipje om voor de kleine lettertjes, vrouw vergelijkt twee pakken ontbijtgranen

Je staat bij het schap en pakt de kuip met “haver en vezels” op de voorkant. Beter dan de gewone, denk je, en je legt hem in je mandje. Thuis smeer je er je brood mee. Eén portie levert je 0,3 gram vezels op, en je hebt er die dag zo’n dertig nodig.

Dat voorbeeld komt niet uit onze duim. De Consumentenbond dook in de vezelclaims op verpakkingen en vond ruim honderd producten waarbij de claim misleidend of veel te positief is. Becel Haver en Vezels levert volgens dat onderzoek 0,3 gram vezels per portie.

Honderd porties Becel voor één dag vezels

Reken die 0,3 gram even door, want dat maakt het pas concreet. Een volwassene heeft 25 tot 40 gram vezels per dag nodig. Neem het midden, 30 gram. Dan zou je 100 porties van dat product moeten eten om er je dagbehoefte uit te halen. Honderd.

De claim mág er staan. Een fabrikant mag “bron van vezels” op de verpakking zetten vanaf 3 gram vezels per 100 gram, of vanaf 1,5 gram per 100 kilocalorieën. Voor “rijk aan vezels” gelden dubbele hoeveelheden. Die drempels gaan over 100 gram, en niemand eet 100 gram halvarine.

De wet meet per 100 gram, jij eet per portie

Hier zit de fout, en hij zit niet bij de marketingafdeling. Een grens per 100 gram werkt prima voor brood, muesli of peulvruchten, want daar eet je ook ongeveer zo’n hoeveelheid van. Plak diezelfde grens op een smeersel, een reep of een glas drinken, en de claim wordt technisch waar en praktisch nutteloos.

Een fabrikant die daar gebruik van maakt, doet niets wat verboden is. Dat is precies waarom dit niet met een boete op te lossen is. Zolang de regel per 100 gram meet en de verpakking per portie wordt leeggegeten, blijft er ruimte tussen wat er staat en wat je binnenkrijgt. Dezelfde ruimte zit trouwens in de energiewaarde, want de calorieën op het etiket kloppen ook niet zo precies als het lijkt.

Twaalf keer zoveel suiker als vezels, en dat op de voorkant

Het tweede probleem is grover. De Consumentenbond vond repen, koeken en dranken met een vezelclaim groot op de voorkant, terwijl er veel meer suiker dan vezels in zit. In de AH Kruidkoekreep met rozijnen zit twaalf keer zoveel suiker als vezels. In Appelsientje Vezelrijk ongeveer zeven keer zoveel.

Directeur Sandra Molenaar van de Consumentenbond zegt het zo: “Voedselfabrikanten springen handig in op de trend om meer vezels te eten. Maar daarbij gebruiken ze ook trucs om consumenten op het verkeerde been te zetten.” Haar advies is om niet af te gaan op de voorkant, en een product met Nutri-Score D of E niet te eten voor de vezels.

Dat is ook wat vezels juist zo waardevol maakt in een eetdagboek: ze leveren minder energie dan andere koolhydraten en houden je langer vol. Een reep die vooral suiker is, doet exact het omgekeerde. Dan koop je het idee van verzadiging en krijg je een piek.

Twee merken pasten hun regels aan, en dat verdient een eerlijke vermelding

Wie hier alleen boos over kan worden, leest het onderzoek half. Albert Heijn en Bolletje hebben hun eigen regels na dit onderzoek aangescherpt. Bij Albert Heijn mag een vezelclaim alleen nog op producten die in de Schijf van Vijf staan of Nutri-Score A of B hebben; bij elf producten verdwijnt de claim daardoor. Bolletje gebruikt een vezelaanduiding voortaan alleen nog bij minimaal 6 gram vezels per 100 gram en wil er de hoeveelheid per portie bij zetten.

En nog iets waar deze redactie zichzelf op moet nakijken. Rekenen per portie klinkt eerlijker dan per 100 gram, maar wie bepaalt de portie? De fabrikant. Een merk dat zijn portie op 5 gram zet, ziet er in zo’n vergelijking beter uit dan een merk dat eerlijk 15 gram opschrijft. Per portie rekenen is beter dan per 100 gram, maar het is geen objectieve maat. Dat vezels goed voor je zijn en dat de meeste mensen er te weinig van binnenkrijgen, staat los van dit hele gedoe met claims.

Pak één pak uit je kast en deel het door je eigen portie

Dit kost je twee minuten en je hebt er niets voor nodig. Zoek in je keukenkast het eerste product met een vezelclaim op de voorkant. Draai het om en kijk bij de voedingswaarde naar de gram vezels per 100 gram. Kijk daarna hoeveel jij er werkelijk van eet, en reken dat om.

Vier gram per 100 gram klinkt netjes. Eet je er 25 gram van, dan is dat 1 gram, ofwel drie procent van je dag. Doe dat één keer en je kijkt nooit meer hetzelfde naar de voorkant van een pak. Het is dezelfde reflex als bij sterk bewerkt voedsel, waar je ongemerkt meer van eet: het etiket beschrijft het product, niet jouw portie.

Bij de volgende verpakkingswissel blijkt of het echt gebeurt

Elf producten bij Albert Heijn zouden hun vezelclaim verliezen. Verpakkingen veranderen langzaam, dus het bewijs ligt pas over een paar maanden in het schap. Wie het wil controleren heeft één ding nodig: een foto van de voorkant van vandaag.